De families Buderman en Van Beugen

over de Bonte Hond, Pax Intrantibus en een koffiehuis aan de Korte Hoogstraat

Hoe ik aan dit onderwerp kom? Door zijn dochter Joanna (afbeelding I). Joanna Buderman was namelijk een van mijn voorouders. Zij zag in 1782 het levenslicht in Rotterdam en trouwde daar met Everardus Wessels. Everardus, zoon van de uit Emmerich afkomstige en naar Amsterdam geëmigreerde schoenlapper Jan Wessels, verliet toen hij 27 jaar oud was zijn familie in Amsterdam om in Rotterdam zijn geluk als wagenmaker te beproeven. Mijn moeder was een Wessels en ik ben een "achter-achter-achterkleinkind" van Joanna en Everardus. 

 

In mijn moeders familie bleek een olieverfportretje bewaard gebleven, waarop aan de achterkant stond geschreven: "Joanna Buderman op 18-jarige leeftijd, getrouwd met Everardus Wessels". Dat moest dus wel familie zijn, maar niemand wist van het hoe en wanneer, totdat mijn moeder haar naam herkende in de stamboomgegevens die ik net had uitgezocht in het Rotterdamse gemeente-archief. Zo'n persoon gaat door zo'n afbeelding ineens veel meer tot de verbeelding spreken. Later stuitte mijn vrouw Karin, de meest gepassioneerde familiespeurneus die ik ooit gekend heb (tot mijn verdriet is zij in 2015, veel te jong overleden), daarenboven op een afbeelding van de uitspanning Pax Intrantibus (afbeelding II), die enkele jaren in eigendom bleek te zijn geweest van Joanna's vijf jaar jongere halfbroer Joannes Buderman (1), waardoor de hele familie Buderman voor mij nóg interessanter werd om me verder in te verdiepen; zo werkt dat nu eenmaal, althans bij mij.

 

Joanna en Joannes waren, met een stuk of vijf anderen, de kinderen van Jan Buderman (mijn bet-bet-bet-overgrootvader dus, zoals dat heet), die op zijn beurt weer een zoon was van de in Zevenaar geboren schoenmaker Hendrik Buderman. Jan was in zijn jonge jaren beurtschipper op het Amsterdamse Veer (de trekschuitdienst op Amsterdam, die zijn vertrekplaats had op de Binnenrotte, aan de achterkant van de Laurenskerk). Later is hij gedurende enige jaren waard geweest in de Bonte Hont (2), een lokaal ergens in het midden van de Molensteeg, aan de oostzijde (3). Daar nam hij ook, als onderdrukt rooms-katholiek en dus patriot, in 1787 actief deel aan bijeenkomsten van de Vaderlandsche Burger-Sociëteit, die fel tegen de als klunzig bekendstaande stadhouder Willem V van Oranje was en vóór de Franse "vrijheid, gelijkheid, broederschap". De betreffende groep Rotterdamse patriotten noemde zich heel toepasselijk "de Bonte Honden". Hun bijeenkomsten moesten wegens toenemende belangstelling overigens al snel uitwijken naar een ruimere gelegenheid, die gevonden werd in het voormalige Engelse koffiehuis bij de Beurs. In hetzelfde jaar nog voelden Jan en duizenden mede-patriotten zich genoodzaakt te vluchten naar St.-Omaars in het noorden van Frankrijk (4), toen de Pruisen de republiek binnenvielen om, op verzoek van Willem V, "de orde te herstellen".

 

In mei 1795 ("het eerste jaar der Bataafsche vrijheid") keerden de patriotten, waaronder Jan Buderman, terug in Rotterdam, zoals blijkt uit een door Jan mede-ondertekend bericht in de Hollandsche Courant van 8 mei 1795, nadat de revolutionaire Fransen de ondergrondse patriotten in onze republiek te hulp waren gekomen om het oude regime van Willem V ten val te brengen.

 

Al spoedig leek het de teruggekeerde Jan voor de wind te gaan. Hij kocht het etablissement Hof van Brussel op het Steiger (5), dat hij voortzette als het Nieuwe Hof van Brussel, maar deed dit in 1799, spoedig na de aankoop, weer van de hand (6). Vervolgens werd hij koffiehuishouder in de Korte Hoogstraat te Rotterdam. Dat koffiehuis, Belle Vue genaamd, aan de oostzijde van de Korte Hoogstraat met de achterzijde aan de Steigersgracht (afbeelding III), stond ongeveer op de plaats waar nu Dille & Kamille gevestigd is (7). Er werden daar regelmatig dansavonden gehouden.

 

Jans dochter Joanna Buderman trouwde in 1802 met haar Everardus Wessels, die - zoals zijn vader Michiel voor hem - als meester wagenmaker het familiebedrijf ging voortzetten, dat zijn grootvader Evert ooit begonnen was. Zij stichtten een gezin, zonder welk ik er dus nooit geweest zou zijn, en dat alles in het huis aan de Karrensteeg, hoek Schiedamsedijk, dat opa Evert in 1740 had gekocht (8). 

Joanna's halfbroertje Joannes werkte zich op tot meester horlogemaker, maar zou later, samen met zijn uit 's-Hertogenbosch afkomstige echtgenote Johanna van Beugen, van wie bekend is dat zij kasteleinesse en logementhoudster is geweest, zijn vaders koffiehuis voortzetten.

 

Had vader Jan in 1825 afscheid moeten nemen van zijn tweede vrouw Johanna van Deenen, een jaar later liet hij zelf het leven. De zaak in de Korte Hoogstraat, die in 1820 nog Belle Vue heette, was inmiddels omgedoopt naar Brabantsch Koffyhuis, hetgeen gemakkelijk verklaard kan worden door de Bossche afkomst van Johanna van Beugen, die de zaak met haar echtgenoot Joannes Buderman, zoon van Jan, voortzette. In 1837 werd het koffiehuis, dat inmiddels voor een tweede keer van naam was veranderd en thans Rotterdamsch Koffyhuis heette, overgedaan aan “Friederich van Beugen”. Ik schrijf dit tussen aanhalingstekens, omdat - anders dan ik lang vermoedde - Friederich, die ik maar niet kon vinden in de archieven, geen voornaam bleek te zijn, maar dat het hier een combinatie van twee familienamen bleek te betreffen, en wel die van het echtpaar Theunis Hendrik Friederich en Maria Margaretha van Beugen. Zij was een nichtje van Johanna (dochter van haar broer Johannes Baptist van Beugen) (9). 

 

Joannes Buderman en Johanna van Beugen konden nu voortaan al hun aandacht richten op de exploitatie van de plaats Pax Intrantibus (10) aan de Bergweg, die zij in 1832 hadden overgenomen van J. Rikkers (11).

 

In 1842 overleed Joannes Buderman. Zijn weduwe Johanna van Beugen zette met haar jongste zoon Willem de zaak voort, om deze in 1844 geheel aan hem over te doen (12). Zij stierf in 1850. Overigens bezat Willem de uitspanning niet lang: al in 1846 ging Pax Intrantibus door veiling in andere handen over (13). In 1853 werd Willem failliet verklaard (14). 

 

Willems jongere zusje Catharina zat ook in de horeca. Zij had in 1858 haar Beijersch Bierhuis (15), aan de Hoogstraat op de hoek van de Romeinsteeg.

 

Een hardnekkig misverstand is, dat Pax Intrantibus altijd op de hoek Bergweg/Schiekade gesitueerd is geweest, bij de Heul. Daar zat hij weliswaar vanaf het eind der jaren '50 van de negentiende eeuw, maar pas nadat de originele Pax Intrantibus gesloten was en er op die plek de verguisde kunstmestfabriek van J.J. Kortman was gekomen (16). Verguisd, ja. Het was ook nogal een contrast: van een romantische theetuin naar een mestfabriek. Die kunstmest, guanine genaamd, heette dan wel 'geurloos' te zijn, maar de klachten van stankoverlast waren niet van de lucht (17), omdat de grondstoffen voor dit product, die dagelijks werden aangevoerd, alles behalve geurloos waren: stadsbeer, bagger, bloed, visafval, alsmede afvalproducten van lijmziederijen, leerlooierijen en stearinefabrieken (18). 

 

Die originele Pax Intrantibus was een klein stukje verderop op de Bergweg gevestigd, of Blommersdijkscheweg zoals hij destijds heette, iets noordoostelijker dan waar nu de Bergsingel op de Bergweg uitkomt en waar later Café du Nord jarenlang heeft gezeten. Dat was toen op de stadsgrens, want de Bergpolder, ten noordwesten van de Blommersdijksche Weg, behoorde in die tijd nog tot de gemeente Hillegersberg. Hoe dan ook, de enige bekende afbeelding van de uitspanning, een litho uit 1850 van de hand van Hendrik Wilhelmus Last, is - anders dan vaak gesuggereerd - van de originele Pax, nabij de hoek Bergweg/Bergsingel, tegenover de Bergstraat, die naar de inmiddels gesloten gevangenis aan de Noordsingel leidt.


 

Voetnoten/bronnen:

  1.  Advertenties Rotterdamsche Courant 24 april 1832 en NRC 3 mei 1844
  2.  Dr. A.Th.C. Kersbergen – “De eerste Rotterdamse katholieken in de politiek”, Rotterdams Jaarboekje 1953
  3.  Een Rotterdamsch Gedenkschrift uit de Patriottentijd en de Dagen der Revolutie, medegedeeld door Dr. C. Te Lintum, in het tijdschrift “Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap (gevestigd te Utrecht)”, Een en dertigste deel (1910), pag. 186
  4.  Hollandsche Courant, 8 mei 1795
  5.  Rotterdamsche Courant 1 maart 1798
  6.  Rotterdamsche Courant 4 mei 1799
  7.  HisGIS Rotterdam
  8.  Stadsarchief Rotterdam, notarieel archief 2133/199
  9.  Advertentie Rotterdamsche Courant 1 juni 1837, Burgerlijke Stand Rotterdam Huwelijk 12 maart 1834, adresboek Rotterdam 1838, Bossche Encyclopedie, DTB St. jan en St. Pieter ‘s-Hertogenbosch
  10.  Advertentie Rotterdamsche Courant 1 juni 1837
  11.  Advertentie Rotterdamsche Courant 24 april 1832
  12.  Advertentie NRC 3 mei 1844
  13.  Advertentie NRC 25 juni 1846
  14.  Advertentie Rotterdamsche Courant 28 juni 1853
  15.  Advertentie NRC 27 juni 1858
  16.  Rotterdamsche Courant 9 oktober 1855 (Gemeentebestuur verleent concessie)
  17.  Ingezonden stuk in de NRC van 5 februari 1856 e.a.
  18.  Ernst Homburg – “Groeien door Kunstmest – DSM Agro 1929-2004”

 

Afbeelding I: Joanna Buderman op 18-jarige leeftijd
Afbeelding II: Plaats Pax Intrantibus aan de Bergweg (niet op de hoek Schiekade, zoals er abusievelijk onder staat!)
Afbeelding III: Steigersgracht; achterzijde panden aan de Korte Hoogstraat (het grote witte pand was koffiehuis Belle Vue)

Meer over Pax Intrantibus

Onder enkele versies van de enige bekende afbeelding van de uitspanning, de litho uit 1850 van de hand van Hendrik Wilhelmus Last, staat ten onrechte dat zij op de hoek Bergweg/Schiekade gevestigd was. Die fout is wel te begrijpen, want aan het eind van de jaren '50 van de negentiende eeuw kwam er een nieuwe Theetuin Pax Intrantibus op de hoek Bergweg/Schiekade, aan de Heul, nadat de originele uitspanning plaats had gemaakt voor die smerige kunstmestfabriek van J.J. Kortman. 

Aan het eind van de 19e eeuw bestond ook de theetuin bij de Heul niet meer, maar kwam er wel een café-biljart Pax-Intrantibus, genoemd naar de oude buitenherberg, op de hoek van de Bergweg en de Zwart Janstraat. De foto is uit 1910. Het betreffende pand aan de Zwart Janstraat 155 herbergde later de Amsterdamsche Bank (AMRO, ABN AMRO). Het was toen een voornaam herenhuis met een prachtig trappenhuis. Ik kwam er vaak, want mijn oma woonde tot 1971 boven de bank. Ik tuurde er enkele jaren geleden naarbinnen, maar van die prachtige entree is niets meer over. Er zat toen een uitdragerij en erboven, in het voormalige woonhuis, een advocatenkantoor. Later kwam er een vestiging van Albert Heijn.

Of het bekende Hotel Pax op de Schiekade/Roo Valkstraat zijn naam ook ontleend heeft aan Pax Intrantibus, heb ik nog niet kunnen ontdekken.

 

Fragment uit “De Jonkvrouw van Hillegersberg” van de in Delfshaven geboren auteur Carel Van Nievelt (1843-1913) (bundel: Chiaroscuro – Vertellingen tusschen Licht en Donker – 1882):

“Justus Eykendaal’s gemoedsstemming verkeerde in de derde van die drie stadiën, terwijl hij het dorp (Hillegersberg – JR) den rug toewendde en snel den weg stadwaarts insloeg. (…)
Justus kwam voorbij Vrouw Romein (uitspanning in Hillegersberg, waar nu Lommerrijk is gevestigd – JR), waar hij op dien achtermiddag, verleden zomer, toen zijne ziel nog kalm was als gindsche plas onder den avondnevel, het roeibootje gehuurd had met Marieken. Arm, lief, heilig kind! Hij dacht aan haar. Hij dacht aan dat laatste woord van haar tot hem: „heb ik je dan niet lief?”—en zijn hart verweet hem bitter dat hij haar alleen en ongetroost had laten staan daar op het kerkhof. Ja! déze had hem waarlijk lief!… Maar juist dáárom immers was het voor haar ook beter, dat hij heenging en haar nooit terugzag. Hij zou haar immers nooit hare liefde kunnen vergelden.
Een kwartier verder—daar lag Pax Intrantibus aan den weg, destijds het Tivoli der gegoede Rotterdammenaren—later…. O Pax! Pax Intrantibus! wat is er van u geworden!—Hic jacet gloria mundi! zou meester Van Meppen thans u toeroepen, ware hij nog onder de levenden om Latijn te radbraken…. Oude heeren zaten in het duister lange pijpen te smoken achter hunne flesschen wijn. Paartjes kuierden fluisterend door de lanen. De schommels kraakten onder de vrachten van gillende jonge maagden…. Justus grijnslachte. Hoevele Mary’s waren er onder die engelen van melk en bloed?—
Voorwaarts!—Straks was de stad bereikt. (…)”

 

Toelichting bij onderstaande illustraties:
 

  1. Op deze kaart uit 1839 van Temminck is de locatie van Pax Intrantibus aangegeven bij nr. 107 (in de rode cirkel)
     
  2. “Pax Intrantibus” was door aankoop in 1832 in eigendom gekomen van het kasteleinsechtpaar Joannes Buderman en Johanna van Beugen. Nadat zij weduwe was geworden, verkocht Johanna de zaak in 1844 aan haar jongste zoon Willem (Wilhelmus Leonardus) Buderman (Bron: NRC, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 3 mei 1844)
     
  3. Tien jaar later bestond de uitspanning niet meer, want de gemeente verleende op 8 okotober 1854 een concessie om op de voormalige “uitspanningsplaats Pax Intrantibus aan den Bergweg een guanine-fabriek te plaatsen” (bron: Rotterdams Jaarboekje 1923).
     
  4. In 1856 richtte J.J. Kortman in Rotterdam een fabriek van reukloze mest op. Kortman was actief als handelaar in landbouwartikelen, van meststoffen tot locomobiles. Kortman wilde het mestgedeelte van het reukgedeelte scheiden. Hij deed dit door uit guano, uit Peru geïmporteerde vogelmest, de stof guanine te extraheren. Deze vernieuwing was de start van de kunstmestfabricage in Nederland. Onbekend is welke opleiding Kortman heeft genoten. Hij was in elk geval geen apotheker of chemicus (Bron: Geschiedenis van de techniek in Nederland; de wording van een moderne samenleving 1800-1890 – Deel V (1994) – H.W. Lintsen). Uit onderstaande tekening blijkt, dat de bestaande bebouwing daarvoor gebruikt is.
     
  5. Op deze kaart uit 1870 is in de rode cirkel de locatie van de guanine-fabriek, het voormalige Pax Intrantibus aangegeven. “Pax Intrantibus”, hetgeen zoiets betekent als “vrede voor hen die (de stad) binnenkomen”, werd door de heer Odem voortgezet als “Nieuw Pax-Intrantibus” aan de Heul (= de Hoge Heul, een gewelfde brug over de Schie), aan de oostelijke kant van de Schie, op de hoek van de Bergweg en de Schiekade – bij de pijl links op de kaart. Men kon er eten en drinken en dansen op levende muziek. 
     
  6. Vanuit het zuid-oosten gekeken richting Bergweg over de Heulbrug. De schoorsteen is vermoedelijk van de meel- en broodfabriek. Deze plaat zou uit ca. 1870 moeten zijn. Rechts, in het groen, zou dan de Theetuin Nieuw Pax-Intrantibus gesitueerd moeten zijn geweest (Schiekade Oz. nr. 435).
     
  7. Op de hoek van de Bergweg en de Zwart Janstraat café-biljart Pax-Intrantibus, genoemd naar de buitenherberg die tot het eind van de 19e eeuw op de hoek Schiekade/Bergweg heeft gestaan. Deze foto is uit 1910. Het betreffende pand aan de Zwart Janstraat 155 (op de kaart hierboven is de locatie aangegeven met “ZJ”) herbergde later de Amsterdamse Bank (AMRO, ABN AMRO). Leuk detail is, dat mijn oma en oom (de laatste als employé van de bank) jarenlang op de eerste etage van dit pand hebben gewoond. Oma was weduwe van Fridus Wessels, die rechtstreeks afstamde van Johanna Buderman, een zuster van Joannes Buderman, die van 1832 tot 1844 eigenaar was van de originele buitenplaats Pax Intrantibus aan de Bergweg…
     
  8. Blik op Pax Intrantibus, op de huidige kruising Bergweg en Bergsingel aan de voorzijde (afgebroken). De eigenlijke voorstelling in een bloemenguirlande gevat; Koptitel: ROTTERDAM; Uit een serie van zes prenten: Nieuwe Plantage, Station, Pax Intrantibus, Leesmuseum en Maatschappij tot Nut van de Zeevaart en de Beurs; Getint
    Titel: Pax Intrantibus (Bergweg)
    Maker: Last, Hendrik Wilhelmus (1817-1873)
    Verv.jaar: 1850
    Verv.plaats: Rotterdam
    Techniek: steendruk/lithografie
    Afmeting: 19,2 × 28,2 cm
    Bron: , Topografie van Nederland, Universiteitsbibliotheek Leiden
    Copyright: Voor meer informatie: Universiteitsbibliotheek Leiden
     De beschrijving van deze illustratie (de tekening van H.W. Last) zet ons op het verkeerde been wat betreft de locatie van Pax-Intrantibus: aan de Heul (hoek Schiekade/Bergweg) was later, zoals je verderop kunt lezen, de theetuin Nieuw Pax-Intrantibus gevestigd, nadat op de originele locatie een kunstmestfabriek was gekomen.
     
  9. Een advertentie voor warme poffertjes van Nieuw Pax Intrantibus, hoek Schiekade/Bergweg bij De Heul


 

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.