Een amateur over de Matthäus Passion
John Riper - 5 januari 2023
Vooropgesteld: ik heb geen verstand van muziek. Ik bedoel: ik heb nooit geleerd een instrument te bespelen en ik kan ook geen noten lezen. Ik luister wel vaak en graag naar muziek en heb een zeer brede smaak. Ook klassiek, dus, en vooral de Matthäus Passion. Daar raakte ik aan verknocht sinds ik toen ik 9 jaar was als knaapje mee mocht zingen in de koude Sint Jan in Gouda. Eenmaal volwassen bezocht ik bijna ieder jaar wel een uitvoering in een kerk of concertzaal. Bovendien verzamelde ik geluidsopnames van tientallen verschillende uitvoeringen, van Mengelberg uit de jaren ‘30 via Richter, Werner, Klemperer, Richter, Münchinger, Karajan und so weiter und so weiter, tot de hedendaagse versies. De meeste beluisterde ik meerdere, sommige zelfs ontelbare keren. Ik durf dus te stellen, dat ik een zeer ervaren Mattheusbeluisteraar ben.
In de loop der jaren gingen mij steeds meer verschillen opvallen. Niet zo zeer de grote verschillen, zoals tussen de kadans - zo vond ik dat de evangelist en Christus bij Mengelberg zongen alsof ze Homerus’ Ilias of Odyssee voordroegen zoals wij vroeger op school - en het tempo van de diverse uitvoeringen, de grootte van de koren en zo, maar juist de kleine. Zijn er bij sommige uitvoeringen noten weggelaten, of bij andere noten toegevoegd? Is er soms of vaak met opzet geprobeerd om het voor de luisteraar gemakkelijker te maken, zoals de “Chin. Ind.” Restaurants de originele recepten aangepast hebben opdat hun producten gemakkelijker naar binnen te schuiven waren voor hen die Hollandse pot gewend waren? En waarom werd het vroeger vaak “nach zweeën Tagen Ostern” en later “nach zweien Tagen”?
Ik kan dus geen noten lezen. Toch heb ik jaren geleden de partituur van de Matthäus aangeschaft, de ‘Klavierauszug/Vocal Score’ van Edition Peters, om te proberen die verschilletjes te duiden. Dat dat niet gemakkelijk is voor een musibeet, zeker niet bij een gecompliceerde compositie als de Matthäus, zal duidelijk zijn, maar dat weerhield mij er niet van. En zeker bij de solo gezongen stukken bleek het vrij goed te doen. Zo ontdekte ik al snel, dat de gemakkelijker in het gehoor (althans in dat van mij) liggende varianten niet overeenkomstig het notenschrift van Edition Peters waren, terwijl die varianten in de tijd steeds meer gemeengoed werden. Er bleken ook uitvoeringen te zijn, waarin de ene solist afweek van de partituur, terwijl een ander zich juist strak aan de partituur hield, maar vaak ook weer niet bij alle stukken die hij of zij zong. Misschien gaf de dirigent dan de solist enige vrijheid daarin?
Waarom toch dat afwijken van het notenschrift? Omdat het lekkerder in het gehoor ligt? Omdat het minder moeilijk voordragen is? Zijn er misschien verschillende varianten door Bach geschreven en is die van Peters er maar een uit meerdere? Vele beroemde concertmeesters proberen er al tientallen jaren achter te komen hoe Bach zelf zijn Matthäus Passion wilde laten klinken; groot en massaal, klein en ingetogen, langzaam of snel, de twee koren achter elkaar geplaatst of naast elkaar, noem maar op. Allemaal zaken die niet uit het notenschrift zijn op te maken. Maar in het streven zo veel mogelijk het origineel te evenaren, zou het dan toch het eerste gewonnen zijn om strikt de noten volgens de partituur te zingen? Of ben ik de enige die het interessant vindt om mij daarin te verdiepen? Ik hoop er ooit achter te komen.
Nu kwam ik onlangs een uitvoering tegen, die mij wel heel erg intrigeerde. Dat was een videoregistratie op Youtube van een Matthaus Passion die in 2017 werd uitgevoerd in Zuid-Tirol door het Tölzer Knabenchor en de Hofkapelle uit München, onder leiding van Christian Fliegner, die zelf ooit daar als koorknaap furore had gemaakt. Het was beslist geen perfecte uitvoering, maar ik geef het je te doen: de sopraan- en altsolo’s werden door piepjonge jongens gezongen die helemaal aan het prille begin van een hopelijk indrukwekkende zangcarrière staan en aan de techniek waren zeer hoge eisen gesteld. Heel knap. Was de opnamekwaliteit van het geluid goed? Die viel mij tegen, maar ze kon ermee door. Wat mij dan zo imponeerde, behalve het lef van de jonge zangers om de moeilijke aria’s te zingen? Dat, voor zover ik kon nagaan, het hele stuk strikt volgens de partituur leek te zijn uitgevoerd, iets wat ik nog nooit had meegemaakt in die vele, vele uitvoeringen die ik in mijn leven beluisterd heb. En voorts: in de partituur staan heel veel miniatuur-nootjes. Na enig zoekwerk op Google leerde ik dat dit “voorslagen” zijn. Wist ik veel; ik heb immers geen verstand van muziek… Die voorslagen worden in het hele stuk opvallend kort gezongen en gespeeld. Of Bach dat zo bedoeld heeft weet ik niet, maar ze zijn in de hele Fliegner-uitvoering consequent zo heel erg kort. Dat lijkt me niet alleen heel erg moeilijk zingen, maar het geeft ook een uniek karakter aan de uitvoering.
Wat ben ik blij dat ik deze uitvoering gevonden heb! Wat een werk moet het zijn geweest om de partituur zo serieus te nemen en zo strikt uit te voeren. En die korte nootjes, die voorslagen; of ze zó kort bedoeld waren door Bach, wie zal het zeggen. Maar om ze consequent zo kort uit te voeren, daar heeft men het zich niet gemakkelijker mee gemaakt.
Wat mij betreft voorbeeldig. Nogmaals: ik heb er geen verstand van, maar ik ben wel een zeer geoefend luisteraar en voor de luisteraars wordt het tenslotte gedaan!
Dat brengt me weer terug bij de vraag waarom er meestal wordt afgeweken van de partituur. En daar voeg ik er een aan toe: vind je dat er veel onzin in mijn tekst staat? Bedenk dan nogmaals dat ik slechts een enigszins bezeten Matthäus-beluisteraar ben en het mij aan kennis van klassieke muziek ontbreekt.